Het invoeren van een hybride auto hangt af van factoren zoals de leeftijd van de auto, de CO₂-uitstoot en de cataloguswaarde. De BPM voor hybride voertuigen wordt net als bij andere auto’s voornamelijk berekend op basis van CO₂-uitstoot. Hybrides stoten doorgaans minder CO₂ uit dan volledig benzine- of dieselauto’s, wat resulteert in een lagere BPM. Voor een plug-in hybride (PHEV), die meestal een grotere batterij en een grotere elektrische actieradius heeft, geldt een lagere BPM dan voor conventionele auto’s, maar vaak iets hoger dan voor volledig elektrische auto’s. Bij invoer van een gebruikte hybride wordt de rest-BPM berekend op basis van de afschrijving van de auto. Voor een jongere auto kan de BPM nog relatief hoog zijn, terwijl dit bedrag aanzienlijk lager is bij oudere modellen.

Een belangrijk verschil tussen plug-in hybrides (PHEV) en mild hybrids (MHEV) zit in hun technische opbouw en brandstofefficiëntie. Plug-in hybrides hebben een grotere batterij die kan worden opgeladen via een extern stopcontact, waardoor ze langere afstanden volledig elektrisch kunnen rijden. Dit resulteert in een lagere CO₂-uitstoot en vaak lagere BPM. Mild hybrids daarentegen hebben een kleinere batterij en ondersteunen de verbrandingsmotor alleen tijdens accelereren of starten. Ze kunnen niet volledig elektrisch rijden, wat betekent dat hun CO₂-uitstoot hoger is dan die van een PHEV, en dus kan de BPM ook iets hoger uitvallen.